Twee keer per jaar geef ik een cursus kunstgeschiedenis, bestaande uit een reeks van tien colleges over actuele onderwerpen.
Hieronder vindt u een overzicht van de complete cursus. Als u colleges wilt bijwonen, kunt u die aanvragen via dit adres of u kunt het inschrijfformulier op deze pagina invullen.
Locaties en tijden
De colleges worden aangeboden op twee locaties. U kunt op het inschrijfformulier aangeven welke dag u wenst te reserveren:
- vrijdagmorgen in MFC de Binnenhof, A.J. Ernststraat 112, van 10:00 tot 12:00 uur
- vrijdagmiddag in het Plein van Siena, Rijnstraat 109, van 13.00 tot 15.00 uur
Prijzen
Voor het bijwonen van alle 10 colleges betaalt u € 130,-.
Een halve cursus volgen kan ook: voor 5 colleges betaalt u € 85,-.
Een los college kunt u bijwonen voor € 20,-.
Graag het bedrag van tevoren overmaken op NL67 INGB 0003951370, ten name van M. Didier en onder vermelding van de gekozen locatie, of betaal via de webshop:
Het programma voor dit voorjaar:


Tijdens de Eerste Wereldoorlog raakte de ontwikkeling van de Nederlandse kunst in een stroomversnelling: Theo van Doesburg richtte De Stijl op met Mondriaan en Rietveld en de gevluchte Franse kubist Henri Le Fauconnier inspireerde een groep Amsterdamse schilders met zijn zwaar aangezette expressionisme. Charley Toorop, Leo Gestel, Dirk Filarski, Harry Kuijten, Else Berg en Mommie Schwarz, Arnout Colnot, Jaap Weijand, Thé Lau, Matthieu Wiegman, maar ook andere vluchtelingen als Béla Czobel, Gust Desmet en Frits Van den Berghe woonden voor korte of lange tijd in Bergen, dat een heus kunstenaarsdorp werd.



De Amerikaanse schilder Emanuel Radnitzky voegde zich bij de kleine Dada-groep in New York en ging na afloop van de Eerste Wereldoorlog voorgoed naar Parijs, waar hij de eerste fotograaf werd van de Surrealistische beweging en diverse technieken bedacht (en ontdekte) om de werkelijkheid te manipuleren of op z’n kop te zetten. Ook maakte hij een paar bizarre filmpjes, onder andere voor de inwijding van de modernistische villa van de graaf en gravin De Noailles, waar tal van avant-gardeleden aan meededen. Minder bekend is dat hij zijn geld verdiende met modefotografie voor Vogue en Harper’s Bazar.


De meeste schilders in de Gouden Eeuw verdienden hun geld met kunsthandel, maar Jan Steen was herbergier. En geen beste, want hij ging om de haverklap bankroet en moest zich dan weer in een andere stad vestigen om aan zijn schuldeisers te ontkomen, met zijn zeer uitgebreide gezin, want hij was ook nog katholiek. Niettemin waren zijn schilderijen zeer geliefd, omdat de moralistische boodschap te raden was door de vele details te ‘lezen’ en de onbekommerde humor die van de doeken spat. Naast talloze genrevoorstellingen schilderde Steen echter ook historiestukken en portretten. Daarbij putte hij uit een grote kennis van de Bijbel, klassieke mythologie, geschiedenis, (komische) literatuur en toneelkunst.