Een bonte afwisseling van kleuren, ritmen en stemmingen
Op 2 januari 1911 bezocht de Russische schilder Kandinsky in München een uitvoering van werk van de Weense componist Schönberg. De gevolgen zijn nog altijd te voelen.
Boek een lezing over kunst en muziek!
De Moskouse rechtendocent Vassilij Kandinskij koos naar eigen zeggen voor een schildersloopbaan naar twee aanleidingen: van een tentoonstelling Franse Impressionisten en van een uitvoering van Wagners Lohengrin, beide in Moskou. Al in 1896 verhuisde hij naar München, waar hij leiding gaf aan een bende jonge expressionisten die bekend zouden worden onder de groepsnaam Der Blaue Reiter.
Maar voor het zover was, onderging Kandinsky – zoals hij zich in Duitsland noemde – andermaal een sterke muzikale indruk: 2 januari 1911 bezocht hij met een aantal collega’s in München een uitvoering van werk van de Weense componist Arnold Schönberg.
“Weg met de harmonie!”
Het concert bevatte voornamelijk Schönbergs Tweede Strijkkwartet op. 10 uit 1907 en de Drei Klavierstücke op. 11 uit 1909; het strijkkwartet met sopraan was zijn eerste atonale werk, volgens het principe van de totale chromatiek: alle tonen zijn op elk moment mogelijk. Elke toon staat volledig op zichzelf en komt niet uit de voorgaande voort, zodat de luisteraar geen enkel houvast heeft. In de Klavierstücke is de atonaliteit volkomen: “Ein bunter, ununterbrochener Wechsel von Farben, Rhythmen und Stimmungen”. In een befaamde brief aan collega Busoni uit 1909 riep Schönberg uit: “Weg met de harmonie als cement van mijn bouwkunst! Harmonie is expressie en anders niet.”
Onmiddellijk na het concert schilderde Kandinsky er een doek van, een zogeheten impressie; in Kandinsky’s muzikaal geordende systeem is een impressie de weergave van een directe ervaring, een improvisatie varieert op een aan de werkelijkheid ontleent thema en een compositie is een volwassen, onafhankelijk eindproduct.
In het midden van Impression 3 zien we een zwarte vlek in de vorm van een concertvleugel en daaromheen de primaire kleuren in grote vegen, gedomineerd door geel. In zijn veelgelezen boek Über das Geistige in der Kunst stelt Kandinsky: ‘Het in geel geschilderde doek straalt altijd een geestelijke warmte uit’, en ‘Geel, als het direct waargenomen wordt, verontrust de mensen, prikkelt, windt op, en toont het karakter van de in de kleur uitgedrukte macht, die uiteindelijk brutaal en opdringerig op het gemoed werkt’; ‘Deze eigenschap van geel… kan tot een voor het oog en het gemoed onverdraaglijke kracht en hoogte gebracht worden. Bij deze hoogte klinkt het als een steeds luider geblazen, snerpende trompet of een in de hoogte gebrachte fanfaretoon. Geel is de typisch aardse kleur.’
De zwarte vlek ‘betekent’ niet slechts een vleugel, maar is een symbolische kleur en vorm: ‘En als een niets zonder mogelijkheid, als een dood niets na het doven van de zon, als een louter zwijgen zonder toekomst en hoop klinkt innerlijk het zwart. Het wordt muzikaal voorgesteld als een volledig afsluitende rust… het is uiterlijk de meest klankloze kleur, waarop elke andere kleur, ook de zwakst klinkende, sterker en preciezer klinkt.’
Der Blaue Reiter
De timide Kandinsky was zo geraakt door Schönbergs revolutionaire muziek, dat hij de componist een lange brief schreef, waar hij prenten van zijn eigen werk bijvoegde om aan te geven hoezeer hun bedoelingen overeenkwamen: “U heeft in uw werken verwezenlijkt, waarnaar ik zozeer verlangde. Het zelfstandige gaan door eigen lotsbestemmingen, het eigen leven van de afzonderlijke stemmen in uw composities, dat is precies wat ik ook in schilderkunstige vorm tracht te vinden.” Schönberg, die nog maar weinig bijval had geoogst met zijn Klangfarbenmelodien, was daar weer door geraakt: ‘Ik ben ervan overtuigd dat wij elkaar ontmoeten in wat u het ‘onlogische’ noemt en ik ‘het uitschakelen van het bewuste willen in de kunst’. Er kwam een levendige briefwisseling op gang die enkele jaren duurde. Bovendien leverde Schönberg op Kandinsky’s uitnodiging een substantiële bijdrage aan het eerste en enige nummer van de zogeheten almanak van Der Blaue Reiter, over de verhouding tussen tekst en muziek.
Eindelijk was er een nieuwe manier gevonden waarop schilderkunst en muziek elkaar raken, beïnvloeden en met elkaar vergeleken kunnen worden. Kandinsky schreef een toneelstuk met licht, kleur en muziek, Der gelbe Klang; Schönberg een muziektheaterstuk over een kunstenaar, Die glückliche Hand. Kandinsky bereikte langs ‘muzikale’ weg in 1913 het eerste volledig voorstellingsloze schilderij; Schönberg had nog een paar jaar nodig om met de twaalftoonstechniek orde te scheppen in de anarchistische chaos die hij had veroorzaakt met zijn atonale composities.
Michel Didier
eerder gepubliceerd in Cosimo, maart 2009
afbeeldingen:
Wassily Kandinsky, Impression 3 (Konzert), 1911, Lenbachhaus, München
muziek:
Arnold Schönberg, ‘Vorgefühle’ uit Drei Klavierstücke, 1909
* Boek een lezing over kunst en muziek!




